Door de tijd heen met Volharding Berchem

Dit is een “longread” artikel van Turnkring Volharding Berchem. Ga terug in de tijd naar het begin van onze club en reis mee door de geschiedenis. Voor dit artikel hebben we ons gebaseerd op het boek “een verhaal onder vrienden” dat ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan werd uitgebracht.

1920

Turnkring Volharding Berchem werd op 14 mei 1920 gesticht in café De Toekomst, het lokaal van de Berchemse werkliedenpartij, op de hoek van de Drie Koningenstraat en de Patriottenstraat. De kring kende van bij de aanvang een daverend succes. Algauw bleek dat het zaaltje achteraan het café De Toekomst wat klein uitviel. In 1921 werd dan ook overgestoken naar het lokaal “De Groeninghe”, beter bekend als “het duivenkot”, aan de Van Vaerenberghstraat, waar het eerste verjaringsfeest plaatsvond.

Van lantaarn tot lantaarn

Volharding bleef niet op één plek turnen. De kring groeide zodanig snel dat er weer uitgekeken moest worden naar een grotere zaal, deze keer de zaal in de Grote Hondstraat. Omdat het vanuit Berchem naar de Grote Hondstraat toch een afstand was, gingen de kinderen toen per groepjes  naar de zaal. Ze gingen van lantaarn tot lantaarn, een keer lopen, een keer gaand. In de winter of als het donker was werden de kleinsten door de  ouders opgehaald. Was dat niet het geval, dan liepen ze met die grote jongens mee naar huis, wat dan weer een hele belevenis was voor de  jongsten.

Foto: de eerste Volharding trainers

10 jarig bestaan

Toen de kring tien jaar bestond, werd dat op passende wijze gevierd. Onder aanvoering van de harmonie trok men in stoet van bij de Mommens naar het Van Hombeeckplein, waar ’s avonds een openluchtfeest werd gehouden. Ook dat jaar ging het alsmaar slechter met de levensomstandigheden van de bevolking en de armoedegrens was bij velen niet ver weg meer. Er werd toen ook jacht gemaakt op goede leiders en leidsters. Burgerlijke turnverenigingen hadden zelfs veel geld over voor leiders uit socialistische kringen. Sommigen konden aan die verleiding niet weerstaan en maakten hun overstap.

Opnieuw van start

De Tweede Wereldoorlog werd ook gevoeld in onze kring. Velen kwamen niet meer turnen wegens gevaar of er mocht amper contact worden gezocht tussen de mensen. Tijdens de oorlog  verdwenen ook de toestellen die door de Duitsers in beslag werden genomen. Maar na de oorlog werden ze door de materiaalmeester teruggevonden in een magazijn in Mortsel. Na  een warme oproep kwamen al snel enkele mannen helpen om de  toestellen terug naar hun oorspronkelijke plaats te verhuizen. Antwerpen begon zich terug te herpakken en de gymnasten vonden terug de weg naar de “jumenasse”. Ook zoals nu werden er brieven verdeeld in de zaal, maar toen was er een schaarste aan  papier zodat zelfs elk blad dat men kon bemachtigen op de achterzijde werd bedrukt.

Foto: stoet Van Hombeeckplein

Met tien in een Kever

In 1957 startte de kring met oefenstonden in de arbeiderswijk bij uitstek : Groenenhoek. Een jaar later werd de eerste kleuterafdeling opgericht door José Dikker. Een aantal leden van de kleuters woonden in de arbeiderswijk Groenenhoek en de verplaatsing naar de Lamorinièrestraat, waar de kleuters turnden, was toch een hele opgave. Een ouder die over een wagen beschikte, stouwde die dan dikwijls vol met kinderen om de oversteek te maken. Zo gebeurde het ook met een ouder die een volkswagen kever bezat, waarmee een tiental kinderen van de Groenenhoek naar de turnzaal werd vervoerd.

Een nieuwe, maar gevreesde start

Toen in 1963 de zaal aan de Lamorinièrestraat door het stadsbestuur werd opgefrist, was de kring wel verplicht zijn volledige actieterrein naar de Groenenhoek, meer bepaald naar de school aan de Bikschotelaan, te verplaatsen. De verhuis werd ten zeerste gevreesd. Gelet op de slechte periode die de kring doormaakte, stond het voortbestaan hier op het spel. Om het dalend aantal leden in te perken werd aan de jongeren een jeugdfeest aangeboden, waarbij films vertoond werden, een clown die de jongsten kwam opvrolijken en een serieus pakket aan geschenken en versnaperingen werd uitgedeeld. Een paar jaar later werden een bandopnemer, voor het begeleiden van de oefeningen, en een minitrampoline aangekocht. Uit deze aankopen bleek duidelijk dat onze kring zich ervan bewust was dat de overschakeling naar de moderne oefenmethodes de eerste regel was om er weer bovenop te komen.

Jeugdfeesten kennen succes

Voor de kringkas betekenden deze feesten een zware aderlating.  Maar iedereen was ervan overtuigd dat dit een prima propaganda betekende, zodat in deze voor de kring moeilijke tijden, beslist werd om het initiatief te behouden. Een tweede editie volgde al snel, die nog pijnlijker was voor de kringkas. Maar de opkomst was enorm met meer dan tachtig deelnemende jongeren.

Een jubelturnfeest

Het vijftigjarige bestaan van de kring werd op zeer uitgebreide wijze gevierd.  In september werd een fototentoonstelling gehouden in lokaal De Kroon. Hetzelfde weekend vormde de turnzaal van het atheneum dan weer het decor voor een groot jubelturnfeest, met een opgemerkt komisch nummer van de oudere leden. Als geschenk liet men voor de verdienstelijke leden en oud-leden een mooie asbak vervaardigen. Aangezien het vorige vaandel de kring toch bijna twintig jaar had aangevoerd en op vele plaatsen gescheurd was, werd ter gelegenheid van dit feest ook een nieuw vaandel onthuld. De volgende dag werd de turnkring ontvangen op het gemeentehuis. Na een broodmaaltijd werd dan een optocht door de  gemeente gehouden, waarin nog andere turnkringen en harmonies mee opstapten. Na die stoet kregen alle deelnemers een drink in cafés. Enkelen beperkten zich niet tot één pintje en toen  de rekening daarna aan de turnkring gepresenteerd werd, kreeg de penningmeester bijna een beroerte toen hij het bedrag zag.

Foto: Het boek “een verhaal onder vrienden”

Als een vlag kon spreken

De vlaggen van Volharding hebben wel het een en ander meegemaakt. Niet alleen in de oorlog. Op een gouwfeest in Arendonk had de vlaggendrager van de grote dorst zijn vlag in ruststand geplaatst tegen de muur van een herberg.  Hij had slechts twee grote zorgen: zijn pint en zijn vlag. Of er mooie meisjes binnen waren in de herberg waar hij zich laafde, kon hij niemand vertellen. Toch gelukten twee prominente bestuursleden erin zijn vlag te ontvoeren. De vlaggendrager had in absolute vertwijfeling uren naar zijn vlag gezocht.  Het bestuur heeft  hem dan uiteindelijk de vlag teruggeschonken juist voor de aanvang van het massafeest.

Start van kringwedstrijden

Om in de loop van het jaar een meer competitief karakter te krijgen, werden maandelijks wedstrijden georganiseerd met de jongens en de knapen. De toestellen kwamen afwisselend aan bod en een gedeelte van een vrije reeks diende gebracht. Het was de  start van de kringkampioenschappen. Na zes wedstrijden werd een rangschikking opgemaakt en mocht de winnaar zich kringkampioen noemen. In 1986 werd overgegaan tot het organiseren van een kringwedstrijd op een zaterdagnamiddag in de turnzaal in de Bikschotelaan. Na een overstap van enkele jaren naar de Lamorinièrestraat werd in 1993  terug de Bikschotelaan opgezocht. De kringwedstrijden hebben ondertussen een vaste plaats in de agenda van de turnkring gekregen. De naam kringwedstrijden is sinds 2015 gewijzigd naar Sterrendag.

Knap demoteam

Met de afdeling sportieve ritmische gymnastiek werd reeds jaren gestreefd naar het bereiken van een hoog niveau op het gebied van de demonstratiegymnastiek. Met succes, want de laatste jaren stond dit team, onder leiding van Nancy Rodriguez, garant voor een reeks knappe oefeningen op verjaringsfeesten. Ter gelegenheid van de vierde arbeidersolympiade, die in Antwerpen in 1990 plaatsvond, werd een speciale oefening gemaakt.  Het Berchemse team kon er na de laatste spelen in 1937 aanknopen met een traditie en demonstreerde op prachtige wijze in het Bouwcentrum.

De ontmoetingsruimte

Sommigen in onze turnkring voelden sterk de nood aan een eigen lokaal. Toen in 1990 het openbaar stortbad aan de Bikschotelaan sloot, werd onmiddellijk in actie geschoten. Dit kon wel eens een ruimte worden voor onze turnkring. De beschikking over deze nog totaal onbruikbare ruimte, werd van het stadsbestuur bekomen. Een eigen lokaal was nochtans geen vanzelfsprekende zaak. Niet in onze turnkring. Met argusogen werd de evolutie gadegeslagen. Om een stortbad echter geschikt te maken als ruimte diende alles af- en opgebroken te worden. Een harde kern onder aanvoering van het tweespan “Bosiers – Van den Heuvel” begon aan dit paardenwerk. In drie weekends werden evenveel containers vol puin gevuld. Er werd soms gewerkt totdat men erbij neerviel. De materialen waren immers van “voor den oorlog” en keihard. Het was zwoegen geblazen.

Onvergetelijke turnshow

Op adem komen kon niet, want nauwelijks veertien dagen na de opening van de ontmoetingsruimte vond de turnshow voor het 75-jarig bestaan plaats. De ganse leiding had in de samenstelling van haar oefeningen haar uiterste best gedaan. Het was een totaalspektakel op hoog niveau, dat elk moment boeide. De show werd besloten met een ontroerend moment. Twee “oudjes” van de kring vormden een duet, waarna alle kringleden hen omringden in een gezamenlijk slot – jong en oud bijeen in één turnkring.

– Einde –